Mijn artikelen

Read our Blog

ICT: Many Chiefs where are the Indians?

Mijn eerste functie vervulde ik bij Gemeentewerken Rotterdam. Daar hadden leidinggevenden van de hoofdafdelingen, direct onder de Directie Gemeentewerken, de functietitel “Chef”. Bijvoorbeeld Chef Ingenieursbureau Wegen en Water en dat waren/zijn geen kinderachtige afdelingen. Ik moest daar onwillekeurig aan denken toen de ICT-wereld onlangs een nieuwe “Chief” aan het firmament introduceerde, de “Chief Data Officer” (CDO). Een nieuwe functionaris naast de Chief Information Officer (CIO), de Chief Technology Officer (CTO), de Chief Security Officer (CSO), de Chief Privacy Officer (CPO), de Chief Content Officer en de Chief Digital Officer. Het worden wel heel veel “Chiefs”.

Zo langzamerhand zie je door de bomen het bos niet meer. Naar mijn smaak iets teveel aan “Chiefs” en niet alleen dat, je weet zo langzamerhand ook niet meer met welk soort CIO je bijvoorbeeld van doen hebt. Verantwoordelijkheden, bevoegdheden en strategische positie per CIO verschillen sterk. Bij de Nationale Politie is onlangs een Diensthoofd Informatiemanagement benoemd. Een functiebenaming die de essentie uitdrukt. Klare taal. Net zoals de “Chef” waar ik het eerder over had.

De belangrijkste verantwoordelijkheid van “ICT” is en blijft het inrichten van de informatievoorziening die het mogelijk maakt dat producten en diensten worden voortgebracht en ja, daar heb je ook technologie voor nodig en die is complex. De complexiteit, de kwetsbaarheid en de afhankelijkheid van IT nemen toe. Stijgende kosten, hogere complexiteit en grotere impact bij falen. Het sturen op samenhang wordt daardoor steeds belangrijker. En ik ben bang dat de benoeming van al die “Chiefs” ten kosten gaat van die broodnodige samenhang. In termen van Peter Senge lijkt het erop dat we de olifant in stukken aan het opdelen zijn en denken dat we even zoveel olifantjes gaan overhouden. Overzichtelijk en minder complex. Terwijl we slechts een bloedbad aanrichten. Kortom, wat mij betreft te veel “Chiefs”, één is genoeg!

Dat brengt mij op mijn tweede punt de “Indians”. De “Chef” van vroeger had een groot aantal medewerkers “de Indians”. Het merendeel van de IT werkzaamheden werd in huis uitgevoerd en onder toezicht. Tegenwoordig is het bijna onmogelijk om alle kennis en specialismen in eigen huis te hebben, zeker voor kleinere organisaties. Ze moeten wel samenwerken met andere “indianen stammen”. Zij zijn afhankelijk geworden van diverse externe leveranciers, kenniscentra binnen de branche en regionale samenwerkingsverbanden.

Dat maakt dat kleine organisaties de kunst van goed opdrachtgeverschap als geen ander moeten beheersen. Dat is in elk geval een van dé manieren om complexiteit beheersbaar te maken. Daarnaast acteren eindverantwoordelijken voor informatievoorziening binnen een politieke en bestuurlijke context en moeten ze de kunst verstaan om te gaan met meerdere belangen, meerdere zienswijzen en meerdere werkelijkheden. Competenties als leiderschap en politiek kunnen handelen mogen niet ontbreken.

Wil de echte enterprise architect nu opstaan?

Een aantal jaren geleden kon ik een vrijstaande woning uit de jaren vijftig van de vorige eeuw kopen. Mooi gelegen op een perceel grond van 2800m2. Er moest wel behoorlijk wat aan de woning gebeuren. De staat van onderhoud was niet slecht, maar alles was gedateerd en niet meer van deze tijd. Wel spouwmuren maar niet geïsoleerd. Op de bovenste verdieping ramen van enkel glas en metalen kozijnen. De woning was een beetje hokkerig. In die tijd waren de verblijfruimtes qua m2 aan de krappe kant. Dus de ruimtes groter maken was in ieder geval een van onze wensen. Het belangrijkste was echter dat we de woning levensloop bestendig wilden maken, zodat we er zo lang mogelijk en van alle gemakken voorzien konden blijven wonen. De woning bestond uit een keuken, kantoorruimte, woonkamer op de begane grond en vier slaapkamers en badkamer op de bovenverdieping.

Een architect inschakelen was niet het eerste dat in ons opkwam. Eigenlijk waren we zelf al van alles aan het verzinnen en aan het begroten. Totdat een neef zei: “Maar Jacques daar heb je architecten voor en ik weet een hele goede. Geweldig wat die man al heeft ontworpen en een fijne vent.” Dus wij een afspraak gemaakt. En ja hoor, daar kwam hij gewapend met een notitieblokje en fotocamera. Het was inderdaad een fijne vent. Hij wist gelijk contact te maken. Hij informeerde naar onze situatie. Waarom we dit huis gekocht hadden en wat onze toekomstplannen waren. Wat voor een werk we deden en hoeveel kinderen we hadden. Het voelde goed en je merkte wel dat hij ‘vrijer’ dacht. Bij jezelf herken je vaak dat als je een idee hebt en het om klussen gaat, je gelijk denkt: “ja, maar hoe moet dat dan, kan ik dat wel en wat gaat dat wel niet kosten?” De architect denkt in eerste instantie in grote lijnen en functionaliteiten. Het WAAROM en het WAT staan in eerst voorop. Daarna komt pas het HOE. Dat merkten we ook aan de eerste opdracht die we meekregen voor onze volgende afspraak veertien dagen later bij hem op kantoor. Hij vroeg ons om interieur foto’s uit bladen te scheuren die ons qua kleurstelling en inrichting aanspraken en om ons voor te bereiden op vragen als: “Wat doe je als je thuis komt van je werk? ” en “Wat doe je als je vrienden op bezoek hebt?”  Wat opvalt, is dat hij in eerste opzet ook van binnen naar buiten werkt. Eerst de binnenkant van de woning en daarna de buitenkant.

Het uiteindelijke ontwerp zag er schitterend uit. De woning had een plat dak en kreeg nu een kap. Op de begane grond werden vooral ruimtes doorgebroken en werd er een vleugel aangebouwd met bad- en slaapkamer. Zijn adagium was: “handhaven van details is duurder dan volledig slopen en strippen.” Welnu, dat betekende dat we eigenlijk van de bestaande woning alleen de fundering, de vloeren en de buitenmuren gebruikten. De rest werd volledig vernieuwd. Zo gingen we dus geleidelijk van het WAAROM en het WAT naar het HOE. Hij was goed thuis in de wereld van de bouw qua materialen, bouwwijzen, soorten en maten van aannemers én prijzen. Het sloopwerk zouden we door Polen laten doen, de aanbouw kon als prefab worden geleverd, en volgens hem kon die en die aannemer nog wat werk gebruiken. Een van de belangrijkste taken van de architect, die we niet moeten vergeten is optreden als opdrachtgever voor de bouwer. Niet onbelangrijk.

Als we nu een stap maken naar de wereld van de ICT, de inrichting van processen, het samenwerken in ketens en noem al die trajecten maar op waar organisatie-inrichting en informatievoorziening gelijk opgaan, dan zou ik nu willen zeggen: “Ja, maar daar moet je een enterprise architect bij inschakelen.” En dan doet zich onmiddellijk de vraag voor: ‘Wil de echte enterprise architect nu opstaan’, omdat veel enterprise architecten slechts IT-architecten blijken te zijn.

“Ik doe wat ik doe en vraag niet waarom”

Het appartement waar mijn moeder had gewoond tot haar overlijden was bijna leeg. Er moest nog een laatste restje naar het milieupark worden gebracht. Een paar plastic tuinstoelen en een gedemonteerde kleerkast. Het lag allemaal netjes en overzichtelijk achter in mijn auto. Op naar het milieupark. Daar aangekomen werd mij gevraagd naar mijn gemeentepas. Zelf woonde ik niet in die gemoedelijke gemeente in Brabant. Dus ik liet de gemeentepas van mijn moeder zien, die ik bij me had. De ambtenaar in kwestie neemt de gemeentepas aan en toont mij de pasfoto van mijn moeder die op de achterzijde stond afgebeeld en zegt: “U lijkt daar niet op, hé”. Ik zeg: “Ja, dat klopt, dit is mijn moeder van 93 jaar” (Ik wilde niet gelijk een heel verhaal gaan ophangen). Tja zegt de ambtenaar: “Ze moet erbij zijn”. Ik zeg: “Geldt dat ook voor iemand van 93 jaar”?. Dat zijn nou eenmaal de regels. Dus ik zeg: “Dat is dan een beetje lastig, want ze is een paar weken geleden overleden en dit is het laatste restje van haar inboedel, wijzend naar de gedemonteerde kleerkast en de tuinstoelen”. Ja maar, dan moet u een ontheffing aanvragen op het gemeentehuis. Ik zal binnen even opzoeken waar u die ontheffing kunt aanvragen, want zonder die ontheffing mag ik u niet doorlaten. Toen werd het mij iets te veel en het enige wat ik kon uitbrengen was: “Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig ….”. Waarop de man verontwaardigd zei: “U had dat kunnen weten”. Waarop ik zei: “Ik woon hier niet eens, hoe dan?”. Na veel vijven en zessen werd ik toch doorgelaten.

We rijden vervolgens nog even naar het appartement van mijn moeder voor een laatste inspectie en we staan boven op het balkon van haar appartement op de vijfde verdieping. Komt er een brandweerauto aangereden. Stopt midden op de binnenplaats, blauw zwaailicht aan, de hydraulische stempels worden uitgedraaid en zodra de auto stabiel staat stapt een brandweerman in het “bakje”van de hoogwerker en navigeert omzichtig naar de vierde verdieping van het woonzorg complex. Met verbazing stond ik te kijken en ook lichtelijk bezorgd om wat er aan de hand was. Na enige minuten blijkt de reden van dit alles. De brandweerman keert terug en heeft iets in zijn hand, dat hij af en toe streelt. Het blijkt een zieke duif te zijn, die waarschijnlijk al die tijd roerloos op een vensterbank van de vierde verdieping had gezeten.

Twee waargebeurde verhalen op één dag waar we van alles van kunnen vinden. Het zou interessant zijn om te vernemen welk verhaal de medewerker van het milieupark en welk verhaal de brandweerman ’s avonds thuis zou vertellen. Welke betekenis geven zij aan de gebeurtenis. De brandweerman heeft zich wellicht niet eens de waarom vraag gesteld. Wat hij deed was immers zo vanzelfsprekend. “Ik doe wat ik doe en vraag niet (meer) waarom”. Hij werkt in een “waardegedreven” organisatie. De medewerker van het milieupark werkt in een “regelgedreven” organisatie en de waarom vraag stellen moet hij maar in zijn vrije tijd doen.

Af en toe eens stil staan bij het WAAROM kan helpen als we organisaties willen verbeteren en de zingeving willen terug brengen in het werk.

Contact?

Heeft u een project waarbij ik kan helpen of wilt u eens van gedachten wisselen? Stuur mij een vrijblijvend bericht!